Borstreconstructie met een vrij huid-vet-transplantaat van de buik
(Deep Internal Epigastric Perforator flap; DIEP-flap)

Deze methode van borstreconstructie is een verbeterde variant op de huid-vet-spier-zwaailap (TRAM-flap) methode van de buik (zie Borstreconstructie met een huid-vet-spier-zwaailap van de buik). Ook bij deze methode van borstreconstructie wordt in één procedure de huid en de vulling van de borst gereconstrueerd. Tevens geldt daarbij dat er geen noodzaak is voor het gebruiken van een inwendige borstprothese. De borst oogt en voelt hierdoor veel natuurlijker. Bovendien verouderd de gereconstrueerde borst mee met de gezonde zijde. De methode maakt gebruik van het bij veel vrouwen aanwezige huid en vet overschot aan de onderkant van de buik. Dit weefsel is zeer geschikt om een borst van te reconstrueren. Het weefsel moet echter een goede bloedvoorziening behouden wil het kunnen lukken. Deze bloedvoorziening loopt via de rechte buikspieren en deze ontvangen op hun beurt zowel van boven als van onderen het bloed. In tegenstelling tot bij de TRAM-flap methode wordt bij de DIEP-flap methode de rechte buikspieren intact gelaten. De benodigde bloedvaatjes (perforatoren genaamd) worden met behulp van loupe vergroting uit de rechte buikspieren losgehaald. De bovenste bloedvoorziening blijft daarna intact voor de rechte buikspier en de onderste bloedvoorziening wordt gebruikt voor het huid-vet-transplantaat. Dit weefsel moet dan wel met de bloedvoorziening in de lies worden losgekoppeld om daarna met behulp van een microscoop in de borstkas weer te worden aangesloten. Daarom heet het een vrij weefsel transplantaat. Vervolgens kan met het transplantaat in het litteken van de borstverwijdering een nieuwe borst worden gereconstrueerd. De procedure levert een extra litteken op aan de onderzijde van de buik. De rechte buikspier blijft dus intact en hoeft niet te worden vervangen door een verstevigingsmatje van kunststof. Het resultaat is superieur aan methodes welke gebruik maken van inwendige protheses. Wel is het een ingrijpende operatie en er bestaat de mogelijkheid dat het verplaatste weefsel gedeeltelijk of zelfs geheel afsterft, hetgeen een extra operatie noodzakelijk maakt (+/- 1/20). Bij volledige afsterving is het daarna nog steeds mogelijk om op een andere manier de borst te reconstrueren. Door het sparen van de rechte buikspieren zijn er geen ongemakken van de buik.
Voordelen:
Het resultaat oogt en voelt superieur ten opzichte van methodes welke gebruik maken van inwendige protheses
Complicaties op langere termijn door inwendige borstprotheses zijn uitgesloten (lekkage; noodzaak tot wissel)
Met één ingreep wordt en de huid en de vulling gereconstrueerd
Eerder ondergane bestraling is geen bezwaar voor deze vorm van borstreconstructie
Patiënten hebben niet tot nauwelijks last van problemen met de buikwand
Nadelen:
De methode is complex en vergt een lange ingrijpende operatie
Er bestaat een kans dat het verplaatste weefsel gedeeltelijk of geheel afsterft
Er ontstaat een extra litteken op de buik
Procedure in het kort:
Van te voren wordt met behulp van een Duplex (echo onderzoek waarbij bloedvaatjes zichtbaar zijn) de bloedvoorziening van de buikwand in kaart gebracht.
Tijdens de operatie wordt het litteken van de borstverwijdering geopend en vlakbij het borstbeen worden de bloedvaten vrij gelegd waar later het transplantaat op wordt aangesloten. Op de buik wordt de huid en het onderliggende vetweefsel los gemaakt van de omgeving. Vervolgens worden de voedende bloedvaatjes opgezocht en vrij van de rechte buikspier gemaakt. Als blijkt dat de voedende bloedvaatjes het goed doen wordt het weefsel getransplanteerd. Met behulp van een microscoop worden de aanvoerende en afvoerende bloedvaatjes in de borstkas aangesloten. Als dit goed werkt wordt uit het transplantaat dat bestaat uit huid en vet de borst gereconstrueerd en vastgehecht in het geopende litteken van de borstverwijdering. De huid bij de buik wordt gesloten door de buikhuid verder naar boven los te maken en vervolgens strakker voorzichtig naar beneden te trekken. De navel moet bijna altijd worden verplaatst.
Na deze operatie heeft u drains welke het overtollig wondvocht afvoeren. Na een aantal dagen mogen deze drains uit. Het verplaatste weefsel wordt een aantal dagen nauwlettend vervolgd. Intussen wordt u geleidelijk aan weer op de been geholpen en meestal na 1 week ziekenhuisopname bent u klaar om naar huis te gaan.
De tepel en de tepelhof kunnen, als u dat wenst, later poliklinisch worden toegevoegd. (zie Tepel en tepelhof reconstructie).

© Maatschap Plastische Chirurgie Midden Nederland, Auteur: Dr. Zonnevylle